Visie
Wanneer kinderen en jongeren in een problematische opvoedingssituatie aangemeld worden voor een plaatsing in een begeleidingstehuis, is het doorgaans zo dat er iets hapert in het samenleven, in de sociale band. De maatschappelijke vraag aan een begeleidingstehuis wordt derhalve voor die kinderen en jongeren weer een opstap naar de sociale band mogelijk te maken. Sociale band heeft te maken met de 'wijze waarop' iemand zich kan handhaven in een omgeving met anderen.
De verhouding van een subject
tot zijn Ander is steeds singulier, dwz dat een subject, bij wijze
van sociale band, steeds zijn eigen uitzondering produceert. Een
van de meest wezenlijke vragen van de orthopedagogiek is deze naar
de methode, niet te verwarren met deze naar de methodiek. Een
orthopedagogiek die de uniciteit van het mens-zijn respecteert,
neemt de kinderen en jongeren waarmee ze handelt één per één.
Eén per één, als tegengesteld aan een protocol voor iedereen gelijk.
Daarom schrijven we ons in in de traditie van de Beweging voor
Vernieuwing van Opvoeding en Onderwijs. Het meest vruchtbaar
voor ons hierin blijkt de historische ontmoeting tussen de
Freinetbeweging en de institutionele psychotherapie, die sindsdien
de naam Institutionele Pedagogiek draagt.
Handelen, relaties en onbewuste
maken de driepikkel uit waarop elke institutionele pedagogiek
steunt. Elk actief participeren van een kind aan het milieu
waarin het opgroeit en leert, houdt noodzakelijk deze drie
componenten in. Het samen geïmpliceerd zijn in het dagelijks
leven van kind en volwassene is het enige mogelijke vertrekpunt van
elk handelen. Daarbij hebben we oog voor die plaatsen waar een
kind zich spontaan ophoudt, voor de objecten die het vanzelf
investeert, of net voor het gebrek daaraan. Van daar uit gaan
we samen doen. Dat samen doen mag zich niet opsluiten tussen
twee, maar laat zich regelen binnen het geheel van de leefgroep, van
de voorziening. Alleen zo kunnen afbakeningen worden
geïnstalleerd, om te beginnen in de ruimte en in de tijd.
Door over die materie van het dagelijks leven samen te spreken, en
zoveel mogelijk samen te beslissen, krijgt het kind (weer) greep op
zijn omgeving, dwz op zijn plaats binnen die omgeving.
Doorheen een veld van mediaties krijgt de sociale band telkens
opnieuw vorm.
We weigeren een
deficietbenadering. Elk subject zoekt steeds naar iets
werkzaams ten aanzien van die problematische sociale band. De
psychoanalyse geeft richting het onderkennen van de singuliere
logica, en derhalve in het maken van een onderscheid tussen
subjectieve oplossingen die te ondersteunen zijn en andere die dat
niet zijn.